1-0
8 maart 2010 // TiesHet was een kraakheldere dag.
De avond ervoor was al schitterend met de geboorte van Samuel, de zoon van Steven, de enige in Bouron Marlotte woonachtige Nederlander. Met veel wijn (drie flessen teveel), Gaudale bier en zoutstokjes hebben we ons de avond door gepraat. Gelukkig moest er nog gereden worden naar de bivak, ik heb dus rustig aan gedaan met de alcohol. Op de avond werd al besloten dat we de volgende dag richting Cuisiniere zouden vertrekken.
Na een ijskoude nacht, waarin Chiel niet veel sliep, was de dag erna des te helderder. Slechte muziek in de auto, en een beetje brak op weg. We ontmoeten Enzo in de buurt van Karma. Met de verrassende beklimming van Imoteph (waar ie op het einde echt nog bijna uit viel) had Enzo het idee om weer eens een poging of drie in Karma te doen. Karma is een rare boulder. Je kunt er niet in werken en nauwelijks progressie in boeken. Je doet ‘em of je doet em niet. Alhoewel… Enzo kon nu toch wel heel lang aan het slopertje hangen om de hak hoog te brengen. Alleen net niet lang genoeg. De pogingen daarna gingen niet meer beter.
Ok.
Dan Duel.
Vanuit Karma is het net zo een eindje lopen dat je tijd hebt om zenuwachtig te worden. Ik had het veel te druk met afstuderen om veel naar Bleau te gaan, maar teveel studeren is ook niet goed, dus leek het me een goed idee om voor de eindpresentatie nog even in het mooie bos te zijn. Ik had weinig verwachtingen.
Het waait hard.
En het is koud. Boven op de helling aangekomen ligt Duel er schitterend bij. Niet te wit en kurkdroog. ‘Het kan goed gaan of helemaal niet’ zeg ik tegen Enzo. Eerste poging. Het kommetje voelt heel goed. Mijn vingers zijn nog heel koud, dat wel. Nagels op het eerste randje rechts. Instappen gaat heel goed, voel een goede controle. Eerste randje voelt ook heel goed. Met rechts ietwat dynamisch door: voelt ook goed! Makkelijk kan ik reiken naar het hoge randje links. Per ongeluk zet ik nu mijn voet iets te laag. Hierdoor kan ik echter erg gemakkelijk mijn lichaam omhoog krijgen! De tree zit alleen te laag om bij het volgende slopertje te kunnen. ‘Vet!’ Dat voelde echt goed! Ik word alleen maar zenuwachtiger, of is het de ijzige wind waardoor ik tril? Tweede poging, ik zip van de begintree af. IJsberen. Derder poging. Instappen gaat minder soepel, maar ik blijf in de wand. Hoge randje links heel precies pakken. Rechter voet heel erg hoog op de kleine tree. Opwerken. Dat lukt! Ai, pees schiet verkeerd en mijn schouder blokkeert. Kut, dat was ‘em! Ik scheld en ben blij. Enzo lacht mee. Zo bijzonder als je er een jaar niet bent geweest, dat de bewegingen nog zo in het lichaams ingebakken zitten. Daarenboven, dat ik alle grepen veel minder aggressief kan belasten; ik heb geen blauwe nagels meer. Het hoge randje met links kan ik nu zó pakken, met mijn rechtervoet zó drukken, met mijn rechternagels zó tegendrukken dat ik optimaal in de wand sta. Gaaf! Poging vier, weer een zipper in het begin. Weer wat ijsberen, jas aan, fantaseren dat het vandaag echt kan gebeuren. Poging vijf. Instappen, nagelrandje, nagelrandje, hoog door, vingers verticaal, rechts hoog, Enzo schreeuwt, ik druk me uit, de pees in mijn schouder blijft zitten, ik kom hoger, zo hoog ben ik nog nooit geweest, ik ga em doen, ik pak de sloper, die is slecht, Enzo schreeuwt nog een keer, ik tik door naar de rand, ik heb de rand vast! Probeer rustig te blijven, mijn voet goed neer te zetten, maar mijn lichaam ontspant teveel. Daar hang ik aan de rand, voeten los. Ojee… Maar de rand is zo goed dat ik met wat schurken al snel op het blok sta. Drie kreten door het bos. Ik heb gewonnen!

